Paardengedrag | Basis van “Gedrag”
257
page-template-default,page,page-id-257,page-child,parent-pageid-112,ajax_fade,page_not_loaded,,qode-child-theme-ver-1.0.0,qode-theme-ver-7.7,wpb-js-composer js-comp-ver-5.0.1,vc_responsive

Basis van “Gedrag”

Basis van ‘gedrag’

 

Wat is “Gedrag”

Gedrag kan omschreven worden als “de acties of reacties van een dier, meestal met betrekking tot zijn omgeving”. Gedrag zou je kunnen omschrijven als een opsomming van de lichamelijke activiteiten (hoe een lichaamsdeel zich in verhouding tot een ander lichaamsdeel of tot de omgeving beweegt). Maar we kunnen ook de gevolgen of het vermoedelijke doel van het gedrag beschrijven, maar dan moet men wel opletten voor mogelijke interpretaties. Een gedrag kan soms een complexe activiteit zijn, samengesteld uit meerdere gedragsaspecten.

Om te weten waarom een paard een bepaald gedrag vertoont, moet men op zoek gaan naar de 4 soorten verklaringen voor dit gedrag:

  • functie: hoe draagt het gedrag bij aan de overleving en het succes van het paard?
  • oorzaak: welke situatie en prikkels roepen het gedrag op, is het gedrag instinctief of aangeleerd?
  • ontwikkeling: verandert het gedrag met leeftijd, zijn er eerdere leerervaringen nodig om dit gedrag te vertonen?
  • ontstaan: hoe is het gedrag evolutionair gezien ontstaan?

Bij de vraag “waarom” een paard iets doet, moeten we het steeds van verschillende invalshoeken bekijken: oorzaak, functie, ontwikkelingsgeschiedenis van een individu, en evolutionaire ontwikkeling.

De studie van “gedrag” is een combinatie van twee biologische wetenschappen: de ethologie en psychologie. Deze vullen elkaar goed aan en zijn duidelijk met elkaar verbonden. Het is de combinatie van “aanleg hebben” (nature) en “opvoeding” (nurture). Dit betekent dat de uiting van gedrag een combinatie is van genetische factoren van een paard, samen met wat hij geleerd heeft in zijn omgeving.

 

Instinctief versus aangeleerd gedrag

Instinctief (aangeboren) gedrag, zoals staan, rennen, hinniken, zuigen etc, is vrijwel volledig snel ontwikkeld, en hebben als hoofddoel het zelf (soort) behoud. Dit kan later wel door leren verder afgestemd worden. Instinctieve gedragingen worden over het algemeen teweeg gebracht door vrij algemene gebeurtenissen en zijn doorgaans ook minder vatbaar voor aanpassingen, minder flexibel, of beïnvloedbaar door omgevingsfactoren. Ook wordt de associatie tussen het gedrag en de gevolgen er van reeds snel gelegd. De automatische gedragingen gerelateerd aan “prooidier” en “kuddedier” zijn hier ook een voorbeeld van.

Aangeleerd gedrag betekent hoe we een paard iets kunnen aan- of afleren, volgens 1 van de verschillende leerprincipes. Door middel van bepaalde signalen of “prikkels” kunnen we een paard iets laten doen wat we zelf willen. Het duurt langer om tot stand te komen en is veel duidelijker beïnvloed door de omgeving. Maar om naar aangeleerd gedrag te gaan ( een paard iets “aanleren”), moet men eerst een goede kennis van dit instinctief gedrag hebben!