Paardengedrag | Gedragsmechanismen
261
page-template-default,page,page-id-261,page-child,parent-pageid-112,ajax_fade,page_not_loaded,,qode-child-theme-ver-1.0.0,qode-theme-ver-7.7,wpb-js-composer js-comp-ver-5.0.1,vc_responsive

Gedragsmechanismen

Gedragsmechanismen

 

Bij de grondbeginselen van gedrag spelen anatomie en fysiologie een belangrijke rol. Door te verstaan dat er op dit gebied reeds verschillen zijn tussen paard en mens, zal het voor ons al gemakkelijker zijn om te verstaan dat paarden anders kunnen reageren in plaats van hoe wij, de mens, het zouden verwachten.

 

Paarden ontvangen continu prikkels van hun inwendige en uitwendige omgeving. De externe prikkels worden waargenomen door de zintuigen van het paard: oog, oor, neus en tong. Ook de huid is een belangrijk sensorisch mechanisme dat allerlei signalen kan opvangen. Op deze prikkels kan dan gereageerd worden door het zenuwstelsel en/of endocriene stelsel.

 

  • Gezichtsvermogen: paarden hebben een groter gezichtsveld dan mensen. Zij kunnen bijna 360 graden in het rond zien. Twee belangrijke blinde vlekken zijn vlak voor en achter het paard. Ze hebben een goed perifeer gezichtsvermogen, en kunnen bij lagere lichtintensiteit beter zien dan de mens, terwijl de gezichtsscherpte minder is. Het is moeilijk om scherp af te stellen op objecten die dichtbij zijn maar ze zijn wel verziend. Over het zien en herkennen van kleuren is nog steeds onderzoek gaande, maar men suggereert dat paarden in een blauw-gele omgeving kijken.  Ze zouden kleurenblind zijn voor o.a. groen en hierdoor deze kleur niet kunnen onderscheiden van witte en grijsachtige tinten.
  • Het gehoor: het oor is een complexe structuur waarbij deze in allerhande posities en los van elkaar kunnen bewegen. Naast het objectief van een oor om auditieve signalen op te vangen, dient het ook om visuele signalen uit te sturen. Denk maar aan een paard dat zijn oren plat naar achter legt, wat eventueel angst of agressie kan betekenen. De stand van de oren vertelt ons veel van waar het paard “mee bezig” is. Ze kunnen beter dan mensen onderscheid maken tussen geluiden van vergelijkbare sterkte en ook veel hogere geluiden waarnemen, geluiden die wij mensen niet horen.
  • Reuk & smaak: paarden hebben 3 systemen, zogenaamde chemo-receptoren: zenuwuiteinden in de neus, het vomeronasale orgaan en de smaakreceptoren. Hiemee kunnen ze specifieke chemische stoffen lokaliseren, interpreteren en eventueel herkennen. De reukzin is veel uitgebreider dan deze van de mens en de smaakzin kan ook hun gedrag op verschillende manieren beinvloeden.

 

Naast de anatomische/fysiologische aspecten, spelen communicatie en sociale organisatie ook een belangrijke rol in gedrag. Daar paarden kuddedieren zijn is het voor hun heel belangrijk om op een duidelijke manier onderling te communiceren en daar paarden niet onze taal kunnen leren, moeten wij de paardentaal leren. Communicatie gebeurt door middel van hun lichaamsuitdrukkingen, geuren, geluid, lichaamshoudingen en bewegingen. De basis van effectieve training / het vertonen van bepaalde gedragingen is dus “verstaanbare communicatie”. Deze communicatiesignalen kunnen enkelvoudig, gradueel of samengesteld zijn. Paarden zijn dus ook sociale dieren en verkiezen te leven in sociale groepen. De structuur en het functioneren binnen een groep is dan ook een andere mogelijkheid om bepaalde gedragingen te kunnen verklaren. En daarbovenop hebben deze dieren ook heel specifieke seksuele en reproductieve eigenschappen, die nog eens kunnen verschillen tussen een merrie, hengst of ruin.