Paardengedrag | Leerprincipes
283
page-template-default,page,page-id-283,page-child,parent-pageid-112,ajax_fade,page_not_loaded,,qode-child-theme-ver-1.0.0,qode-theme-ver-7.7,wpb-js-composer js-comp-ver-5.0.1,vc_responsive

Leerprincipes

Leerprincipes

 

Om juist te weten wat we met “leren” bedoelen, kunnen we best eerst de definitie er bij halen:

Leren is een permanente verandering in het mechanisme van gedrag, waar een specifieke prikkel en/of reacties bij betrokken zijn, die voortvloeien uit eerdere ervaring met deze of gelijksoortige prikkel en/of reacties.

Een kortdurende verandering in gedrag is GEEN leren. Deze tijdelijke veranderingen kunnen ontstaan onder invloed van bv. vermoeidheid, honger, dorst, hormonen, ….

 

De toegevoegde waarde van meer inzicht in de leerprincipes te hebben zijn:

  • sneller en betere resultaten in training bereiken
  • relatie verbeteren
  • algemeen management en omgang verbeteren
  • gedrag en/of trainingsproblemen voorkomen en verhelpen

Er zijn verschillende vormen van leren waarbij we hieronder de belangrijkste even kort toelichten

 

1. Imprenting
Een algemene regel is dat hoe vroeger een paard een bepaalde ervaring heeft, des te groter de impact is op het gedrag. Daarom spelen de “gevoelige fasen” in de opgroei van een veulen een belangrijke rol. Voorbeelden zijn staan, lopen, zogen, volgen van de moeder etc. Er wordt ook gesproken over imprint training (Miller) waarbij het veulen in de eerste 48 uur aan allerhande prikkels wordt blootgesteld (aanrakingen aan allerhande lichaamsdelen, bepaalde voorwerpen etc). Er is hier heel wat onderzoek naar verricht met tegenstrijdige resultaten. Zo zijn er onderzoeken die beweren dat dit type training meer stress en weerstand bij een veulen opwekt, waar andere zeggen dat eens paarden 1 jaar oud zijn, ze wel veel handelbaarder zijn.

 

2. Latent leren
Dit is exploratiegedrag waarbij door onderzoek passief kennis wordt opgedaan.

 

3. Sociaal leren
Hier bestaan er verschillende vormen:
• Sociale facilitatie: een toename in frequentie of intensiteit van een gedrag, dat reeds in het gedragsrepertoire van het paard aanwezig is

• Lokale versterking: een paard trekt met een bepaald gedrag een ander paard aan, dat dit gedrag dan ook gaat uitvoeren (bv nippen aan een drinkbak en het andere paard experimenteert om dit ook te doen. Het gaat wel om gedrag dat bekrachtigd wordt en is geen “imitatie”

• Imitatie: een nog niet aanwezig gedrag wordt geobserveerd en vervolgens onmiddellijk exact op dezelfde manier nagedaan (dus geen trial and error).

• Aangeleerde hulpeloosheid: is eigenlijk ook een vorm van sociaal leren. Hier leert het paard dat wat hij ook doet om op een bepaalde prikkel te reageren, niets helpt.

 

4. Habituatie is de meest eenvoudige vorm van leren waarbij een paard herhaaldelijk wordt geconfronteerd met een prikkel, en waarbij de sterkte van zijn (schrik/vlucht) reactie op deze prikkel zal afnemen. Beloning of straf spelen geen rol bij deze vorm van leren. Habituatie is heel efficiëntie voor een paard, het is belangrijk dat hij zijn gedrag gaat aanpassen op de omgeving en dat hij leert om betekenisloze prikkels te negeren. In de gedragstherapie zijn er verschillende vormen die gebruik maken van habituatie (bv flooding, systematische desensitisatie…).

 

5. Associatieleren
Hieronder vallen twee grote categorieën: klassieke- en operante conditionering. “Conditionering” betekent van bepaalde voorwaarde(n) afhankelijk maken.

Klassieke conditionering: hier leert een paard een koppeling te maken tussen twee verschillende prikkels die uiteindelijk dezelfde response opwekken. Een aanvankelijk neutrale prikkel wordt geassocieerd met een response-opwekkende prikkel, zodat deze eerste uiteindelijk hetzelfde response zal veroorzaken. Bijvoorbeeld: De meeste paarden vinden het fijn om naar de wei te gaan. Als je elke dag met dezelfde auto aankomt en vervolgens het paard meteen naar de wei brengt, dan is het geluid van de auto voldoende om het paard te doen laten hinniken omdat hij de auto associeert met iets fijns (naar weide gaan). Of paarden met een trailerprobleem associëren de trailer vaak met een vervelend gevoel. Dit kan ontstaan omdat een paard bv. met veel druk en/of pijn (zweepgebruik, keer het hoofd stoten tegen het dak o.i.d.) op de trailer is geladen. De aanblik van de trailer zorgt ervoor dat het paard zich bedreigd voelt en bijbehorend gedrag laat zien. Het paard associeert de trailer met “niet fijn”.

Operante conditionering: Het woord ’’operant’’ betekent dat bepaald gedrag uit het normale gedragsrepertoire geconditioneerd wordt. Operante conditionering werkt met beloning maar kan ook met correctie (’’straf’’) werken. Bij deze vorm van conditioneren legt het paard verband tussen een eigen gedragshandeling (bv. de Spaanse pas uitvoeren of de eigenaar bijten), en het gevolg/effect van die gedragshandeling op omgeving (bv. beloning via iets lekkers of een tik als straf). Dus zowel de prikkel als het uiteindelijke gedrag spelen een rol. Hierdoor kunnen we vier vormen van operante conditionering hebben:

  • Positieve bekrachtiging: Gedrag neemt toe door toedienen van een aangename prikkel
  • Positieve correctie: Gedrag neemt af door toedienen van een onaangename prikkel
  • Negatieve correctie: Gedrag neemt af door het verwijderen of ontnemen van een aangename prikkel
  • Negatieve bekrachtiging: Gedrag neemt toe door het verwijderen of ontnemen van een onaangename prikkel

Naast de leerprincipes zelf, bestaan er nog verschillende vormen (shaping, blokkeren, overschaduwen,…), aanleerfasen en kenmerken (generalisatie, discriminatie, …).